Toscane

In het hart van de Apennijnen met Selle Italia

START

Pontremoli (MS)

FINISH

Pontremoli (MS)

AFSTAND

119 km

HOOGTEMETERS KLIMMEN

2.300 m

MAXIMALE HOOGTE

1.255 m (Passo del Cirone)

MOEILIJKHEIDSGRAAD

Hoog

Een uitdagende rit van meer dan 100 kilometer door de Apennijnen, op de grens van Toscane en Emilia-Romagna, met zware beklimmingen en een ruige omgeving. Een ideale rit ook om de Max SLR Flow van Selle Italia te proberen.

 

120 kilometer. 2.300 hoogtemeters, 3 zware beklimmingen en 6 uur in het zadel: niet onmogelijk, maar wel behoorlijk uitdagend, vooral ook omdat de kwaliteit van het asfalt op een aantal plaatsen je eerder doet verlangen naar een mountainbike dan naar een dunbandige racer. We zijn in Lunigiana, in het hart van de Apennijnen, op de grens van Toscane en Emilia-Romagna. We vetrekken met z’n tweeën uit Pontremoli richting Aulla. Na 20 kilometer slaan we links af en volgen de borden naar de Passo del Lagastrello, de pas die de verbinding vormt tussen Toscane en Emilia-Romagna. De echte klim begint na een paar kilometer in Tavarnelle: 11 kilometer lang, met 1.100 meter hoogteverschil en een stijgingspercentage van meer dan 7%. De omgeving is schilderachtig en ruig. Eerst door dicht kastanjebos omhoog, vervolgens in op elkaar gestapelde haarspeldbochten door een open almen- en heidelandschap waar de harde wind vrij spel heeft.

 

De eerste stappen

Op de pas is het steenkoud. De motorrijders die hier stoppen voor de verplichte selfie zijn gehuld in dikke leren jacks, wij dragen slechts een korte bib en een doorgezwete jersey met korte mouwen, met daaroverheen niet meer dan een dun windjack. Een koude afdaling is gegarandeerd. En als de koude rillingen niet van de wind komen, dan wel van de afdaling zelf. Het is hier echt opletten geblazen.

Na 15 kilometer bereiken we Monchi delle Corti, waar de klim naar de Passo di Ticchiano in Alta Val Parma begint. Prachtige omgeving, eerst nog gemoedelijk met grazende paarden en schapen, daarna wordt landschap ruiger en dichter bebost. De hellingshoek is niet extreem, tot we op een stuk belanden met 12% en asfalt dat die naam eigenlijk niet verdiend, waardoor de helling nog steiler aanvoelt dan-ie toch al is. Alles bij elkaar 7 kilometer met 500 hoogtemeters. Nog een afdaling en dan staat er alweer meer dan 4 uur op de teller.

 

Goed nieuws van onderaf

Ondanks de uren voel ik me nog steeds prima. Ook de signalen die ik ‘van onderaf’ ontvang zijn goed. Geen slapend gevoel, tintelingen, schuurplekken of drukpunten. De Max SLR Flow van Selle Italia doet precies wat-ie moet doen. Los van de goede schokdemping waarover dit zadel beschikt, is vooral ook de stevige polstering op precies de juiste plekken erg prettig. En de grote Flow-opening ontziet de gevoelige delen. Het zadel voelt wellicht gedurende de eerste kilometers wat hard, maar naarmate de rit vordert neemt het comfort toe. Ervaren wielertoeristen weten het: de hardheid van de polstering hangt af van de duur van je rit. Zachter bij korte ritten, harder als ze langer duren en weer zachter als je meer dan 6 uur onderweg bent.

 

De laatste loodjes

Na zo’n 15 kilometer, die zo bochtig zijn dat je er duizelig van wordt, bereiken we Corniglio, waar de laatste zware inspanning van vandaag begint: de Passo del Cirone, met 1.255 meter het hoogste punt van onze tocht. Vanaf daar kunnen we Toscane weer inrollen, terug naar het startpunt. Maar voor het zover is, moeten we eerst 12 kilometer en 600 hoogtemeters overwinnen. Het gemiddelde stijgingspercentage is slechts zo’n 4%, maar de korte stukken van 8 tot 9% zijn extra zwaar omdat het achterwiel doorslipt op het steengruis op de weg. We verbijten ons en komen uiteindelijk boven. De koek is echter wel op. Gelukkig is in de verte de Val di Magra alweer zichtbaar. Ik verheug me al op het biertje dat we daar straks zullen drinken om te proosten op deze magnifieke dag.

Selle Italia

Voer je gegevens in en schrijf je in voor onze nieuwsbrief.

*verplichte velden